Een acteur in gewone kleren staat in het midden van de vloer in een vlakkevloerzaal. Op de eerste rij zit de regisseur, verder is de theaterzaal leeg.
Acteur
Die winterochtend. Licht maar zonder zon. De takken bedekt met een wit, star schild. Vanaf binnen leek het alsof ik door het gaatje van een kijkdoos keek. Zo één die je op de basisschool maakte, in een oude schoenendoos.
Niets bewoog, geen geluid. Alsof het allemaal voor mij was neergezet, maar niet echt was. Alsof er geen lucht was, of alsof alles onder water zat, maar je het water niet kon zien. Op mijn badslippers, in mijn badjas draaide ik de deur van het slot en stapte ik naar buiten. Geen vacuüm, geen water, ik kon gewoon ademhalen. Koude lucht, die je luchtpijp kneust als je er te veel van nodig hebt, als je te grote teugen moet nemen, maar in rust een welkome verfrissing. Nog steeds geen beweging, geen geluid. Ik stond nu midden in die kijkdoos, onderdeel van het beperkte landschap. Rondkijkend, op zoek naar beweging, ergens een vogeltje of zuchtje wind, realiseerde ik me dat ik die dag nog niet aan jou had gedacht. Een record. De herinnering en de schaamte die volgde op de realisatie dat ik al een halfuur wakker was en jij nog niet in mijn hoofd was langsgekomen, wilde me naar binnen duwen. Maar ik bleef. Als deze kijkdoos zo voor mij was neergezet, was het mijn plicht ervan te genieten. Ik liep … ik liep naar –
Ja, sorry. Ik weet het even niet meer.
Regisseur
Nee joh, ga door! Het ging prima!
Acteur
Ja, maar ik weet gewoon niet waar dit heengaat.
Regisseur
Dat maakt niet uit, je bent gewoon nog aan het opwarmen.
Acteur
Opwarmen?
Regisseur
Toch?
Acteur
Volgens mij was ik toch al wel een heel stuk verder dan opwarmen.
Regisseur
Nou, ik vond het ook al wel een hele warme opwarming, hoor. Dus ga maar gewoon verder waar je was gebleven. Dan kom je er vanzelf wel achter, waar het heengaat.
Acteur
Is dat niet jouw taak?
Regisseur
Nouja, in principe –
Acteur
?
Regisseur
…ja.
Acteur
Dus?
Regisseur
Ja, ik heb gewoon ook even helemaal geen inspiratie. Dus doe jij nou maar gewoon even jouw ding, dan raak ik vanzelf wel door jou geïnspireerd.
Acteur
Dus ik ga hier lekker creatief lopen spuwen tot al mijn energie op is en als jij dan een keertje geïnspireerd raakt, kun je mooi met mijn ideeën te koop lopen?
Regisseur
Nee joh, nee, echt niet. Ik ga niets stelen. Ik wil gewoon horen wat jij te zeggen hebt.
Acteur
Best.
De acteur kruipt terug in hun rol.
Acteur
Ik liep naar de appelboom, krap drie meter hoog, en vouwde mijn vingers om een laaghangend twijgje. Net als de rest van de takken zat hier een dun wit laagje omheen, fragiel als een slakkenhuis. De kou prikte mijn vingers, ik ademde iets luider uit en had het gevoel dat ik hiermee de heilig aandoende stilte al verstoorde. De eerste druppel loopt vanuit de binnenkant van mijn vuist, tussen de twee heuvels van mijn handpalm, richting mijn pols. Over het dunste stukje huid, waar de slagader aan het oppervlak ligt, maar de ader week niet voor het kille water. Steeds verder kneep ik mijn vingers samen, steeds sneller smolt het ijs onder mijn huid. Jij was ergens in mijn gedachten, maar neutraal, op een afstand.
Stilte.
Regisseur
Mooi, mooi. Wil je stoppen?
Acteur
Wil je dat ik doorga?
Regisseur
Doe waar jij je goed bij voelt.
Acteur
Ja, tuurlijk joh.
Regisseur
Als je wil stoppen –
Acteur
(sarcastisch) Nee, ik begin net lekker op te warmen!
Acteur kruipt weer in hun rol.
Acteur
Ik brak het twijgje in een korte beweging, duim tussen mijn middelvinger en ringvinger. Een korte knak, geen echo in de kijkdoos. En jij liet je afstand los, als een haastige regenworm die een bui boven zich voelt vallen kroop je langs mijn hersenstam omhoog, baande je je een weg door het weke vlees van mijn hersenen naar boven. Bovenaan mijn hersenen vond jij, de worm, geen regen en van frustratie maakte jij van je kronkelige lijfje een op hol geslagen olifant, die zich steeds tegen mijn frontaalkwab afzette en herhaaldelijk de binnenkant van mijn schedel beukte, in de hoop naar buiten te komen. Ik dacht, weet dat ik toen dacht, jij wordt nog eens mijn dood.
Stilte. Acteur kijkt naar Regisseur, Regisseur zegt niets. Met een klein glimlachje probeert de regisseur de acteur te bemoedigen om door te gaan.
Acteur
De verdomde stilte werd eindelijk doorbroken. In de verte hoorde ik het snelle slaan van wendbare vleugels, het piepen van lucht die op grote snelheid langs een scherp oppervlak wordt gestuwd. Ook het stilstaande beeld veranderde, vanuit mijn ooghoek kwam de ekster de kijkdoos binnen, recht voor mijn neus ging ze op een tak zitten. De ekster keek, ik keek, de stilte leek bijna terug te komen kruipen tot zij kotste in mijn richting, milliliters maaginhoud op mijn voorhoofd, druipend over de linkerkant van mijn gezicht. Ik veegde de kots van mijn wang, van mijn ooglid, schudde het van mijn hand, in een vochtige flats plofte het op de grond waar het meteen verstilde en langzaam zou gaan aanvriezen. Met een precieze behendigheid die ik van mijzelf niet kende, greep ik naar de ekster. Een vleugel en een poot, de ekster probeerde weg te vliegen maar met mijn andere kant wist ik de rest van de romp vast te grijpen. Knak. Die echoode wel, die knak.
Acteur kijkt opnieuw naar Regisseur. Regisseur staart een beetje glazig voor zich uit, lijkt acteur niet eens meer te zien. Acteur gaat verder, nu geanimeerd.
Acteur
Met het lijfje van die dode ekster in mijn hand, begon ik door de tuin te dansen. Eerst alleen zwaaiend met mijn arm, terwijl de kop van het beestje passief en lomp mijn bewegingen volgde. Andere arm, benen, hele lichaam, en de open snavel van het beestje pikte telkens tegen een andere kant van mijn hand. Alsof ik een luchtgitaarsolo afsloot, zwaaide ik mijn arm door de lucht, een op hol geslagen molenwiek. En op weg naar boven liet ik los, de vogel vloog een laatste keer, en over de schutting, buiten het zicht van de kijkdoos. Ik hoorde nog een zachte plof. De boom staarde me aan, wist wat ik gedaan had, en elke appel die die boom in de zomer zou geven, zou smaken als een verwijt. Weg, dat ding, weg! Kleine takjes, weg! De vogel achterna. Grotere takken, weg! Ik ging eraan hangen, zette me af tegen de stam. Trok en duwde, op en neer. Krak, krak, krak alle takken weg, sloeg met de afgebroken takken de hoge takken uit de boom. Jij, jij, dood! Naar beneden, boom, alles dood!
De acteur schreeuwt en laat zich vallen, blijft even op de grond liggen. De regisseur begint langzaam te klappen.
Regisseur
Wauw. Echt heel mooi. Indrukwekkend, hoor.
De acteur staat op en kijkt geërgerd.
Acteur
Ben je nou eindelijk een keer geïnspireerd?
Regisseur
Nou, ik denk –
Acteur
?
Regisseur
…nee. Sorry. Vandaag is niet mijn dag.
Acteur
God – god – godverdomme. God – tyfus.
De acteur stampvoet van het toneel, richting de coulissen.
Regisseur
Ja, sorry, ik kan er toch ook niets –
Acteur
(vanaf coulissen) Krijg de griep, vuile parasiet!
De regisseur haalt diep adem en moet dan stiekem een beetje grinniken. Regisseur pakt hun telefoon en begint te scrollen.