
Waarschuwing over inhoud
Bevat omschrijvingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag
Iets gebeurt. Twee dingen gebeuren. Je voelt iets, maar belangrijker nog, je weet dat je iets voelt. Een warmte. Gedachten die zich vormen. Ergens een vaag, bonkend ritme. Tintelingen, eerst boven je, al weet je niet waar boven precies is, en langzaam om je heen. De warmte wordt groter. Het wordt niet warmer, er is gewoon meer van, het breidt zich uit.
En de gedachten. Je weet dat ze gedachten heten, je kunt ze volgen. Ze bevestigen wat je voelt. En ineens: ervaringen. Licht, en ineens kun je zien. Je ziet een kamer, het bed waar je op ligt, je ruikt een zoete, houtige geur, je voelt een zacht bed tegen je huid en hoort vogels in de verte en krekels bij het raam. Dit is allemaal nieuw, je hebt dit niet eerder ervaren, maar je weet van alles wat het is en hoe het heet.
Je rolt je ogen naar beneden, ziet een bleek glanzend lichaam uitgestrekt op een deken. Je ziet tenen, knieën, dijen, vingers, handen, een brede buik en twee borsten. Dit is jouw lichaam. Alles wat het lichaam aanraakt, voel je. Je bovenlichaam beweegt op en neer, gestaag, terwijl je hoort hoe je neus lucht naar binnen zuigt en weer uitstoot. Je vestigt je blik op je vingertoppen, tot het onderste kootje van je middelste vinger langzaamaan naar boven komt. Je beweegt.
Buiten hoor je een geluid, voetstappen, gemorrel bij de deur. De deur gaat open. Iemand die op je lijkt, een mens, twee benen, twee armen, een lang en recht lichaam, krullend kort haar en een klein gezicht. Zodra je hem ziet, verstar je. De beweging van je vingers stokt. Even denk je dat je weer terug zal gaan naar waar je vandaan kwam, bewegingsloos, zonder zicht, tast, waarneming. Maar je versteent niet, je bevriest. Hij kijkt meteen naar jou, verheugd, en snelt zich naar je toe. Wie is dit, waar kent hij je van? Woont deze man bij je in huis, slaapt hij bij je in bed?
Hij gaat naast je liggen. ‘Dag, liefste,’ zegt hij tegen je, voordat hij zijn droge lippen op je huid drukt. Je voorhoofd, je wang, je schouder. Hij legt zijn hand op je middel en kijkt je dan aan. Hij beweegt zijn vingers, je voelt hoe je huid onder zijn vingers meebeweegt. Zijn handen zijn warm, een tikkeltje plakkerig. Zijn ogen worden groter, zijn wenkbrauwen schieten omhoog. In één beweging legt hij twee vingers op je hals en een duim op je pols. Je hebt nog steeds geen herinnering aan dat gezicht, aan die geschokte ogen, en je begint je te realiseren dat die ook niet gaan komen. Je hebt deze man nog nooit gezien. Je ogen schieten naar de deur.
‘Je leeft,’ zegt hij, nadat hij zijn vingers van je afhaalt. Je opent je mond, zuigt lucht naar binnen. Je weet hoe het moet, maar het voelt alsof een zwaar gewicht op je keel drukt. ‘Ik leef,’ weet je uiteindelijk uit te brengen. Je eerste woorden. Hij lacht, eerst alleen met zijn mond, dan hardop. Hij drukt zijn lippen op je huid, terwijl hij zijn ogen stevig dichtknijpt. Zijn handen glijden over je hele lichaam, zijn vingers boren zich in je zachte vlees. Het gewicht op je keel is terug en duwt inmiddels ook op je borstbeen. Je weet dat midden in je bovenlijf je maag ligt, en het voelt alsof deze wordt fijngeperst. Hij kust je mond, je draait je hoofd weg, de grootste beweging die je ooit hebt gemaakt. Je vestigt je blik op het raam. Hij grinnikt en streelt je over je wang. ‘Je bent zo verlegen, zo lief.’ Hij rolt om in jouw richting, ondersteund door zijn beide onderarmen ligt hij bovenop je. Je voelt zijn warme adem in je nek, waar hij je kust en dingen fluistert waar je niet naar wil luisteren. Je voelt iets tegen je dij duwen. Je weet wat het is, en je weet waar hij het voor gaat gebruiken. Je sluit je ogen en wenst dat je weer hard zou worden, hard, koud, glad ivoor.