Of de gladiolen

in

Een grafdelver (A) staat naast een net gevuld graf. Zijn collega-grafdelver (B) komt aanlopen met twee flesjes pils. Hij geeft er één aan zijn collega en houdt de andere zelf. 

A

Op Mieke

B

De tot voorkort zieke

A

Dol op keramieke

B

Oma van Lieke

A

Tante van Marieke

B

Beet zich vast in het specifieke

En vergat het generieke

B

Altijd in voor het kolderieke

A denkt even na. 

A

Op Mieke. 

B

Moge de aarde zacht voor je zijn. 

De twee mannen proosten en gieten allebei een scheutje bier over het verse graf. Vervolgens nemen ze allebei zelf een slok. 

A

Wel makkelijker dan vorige week, hè? Ernst. 

B

Ja, Ernst was lastiger. 

A

Een mooie vondst, wel, kolderieke. Verder kwam ik niet. 

B

Dat was ook mijn laatste. 

Beide mannen nemen tegelijk een slok. 

A

Wat nou als ze coeliakie had?

B

Wat?

A

Glutenintolerantie. Heeft mijn dochter. Krijgt buikpijn als ze brood eet, of pils drinkt. 

B

Oh. Ja, dat is het mooie aan dood zijn, je kunt nergens meer een allergische reactie op krijgen. 

A

Maar toch. Ondergepist worden met datgeen waar je bij leven diarree van kreeg. 

B

Hoe mooi kan het zijn? Bij leven geen kruimeltje brood kunnen eten zonder dat je darmen in de knoop raken. In de dood kun je erin badderen, en nergens een spettertje ontlasting te bekennen. 

A

Best machtig. 

B

Zeker. 

Beide mannen nemen tegelijk een slok. 

A

Wat zijn de voorspellingen voor volgende week? Weer een Ernst?

B

Gerben. 

A

Gerben. Daar kunnen we wel rijmwoorden voor vinden. 

B

Gerben is mijn schoonvader. Die heeft niet lang meer. 

A

Oh. Gecondoleerd, alvast. 

B

Dankje. 

A

Ik vraag me af waar dat vandaan komt, schoon. Eigenlijk is het een mooiere titel dan je eigen ouders krijgen. 

B

Je schoonouders kun je dan ook uitzoeken. Je ouders niet. 

A

Denk je dat veel mensen die volgorde aanhouden? Schoonouders eerst, dan partner?

B

Ik denk het niet. Maar het zou kunnen. 

A

Je zou het wel bijna denken, met die titel. Dat mensen meer hebben met hun schoonouders dan hun eigen ouders. Maar de reputatie van schoonouders is toch anders. 

B

Het mooie in het woord wordt onderuit gehaald door het lelijke in de reputatie. 

A

En zo is ‘t. 

Beide mannen nemen een slok.

B

Wat zou jij doen als je wist dat je over een week doodging?

A

Bowlen. Bowlen is wat je doet als je iets wil vieren, maar het eigenlijk niet zo heel leuk is. Het begin van het schooljaar. Een kinderfeestje van iemand met wie je eigenlijk niet zo goed bevriend bent. Een vriendengroep die samen gaat bowlen is een vriendengroep die elkaar niets meer te vertellen heeft, en in plaats daarvan maar zulke activiteiten gaat ondernemen. 

B

Dus als je met je familie gaat bowlen – 

Weet je dat er iemand doodgaat.

B

Hmm. Ik vraag me af of Gerben dat wist, toen hij ons op zijn verjaardag mee uit bowlen nam. 

A

Hij moet het hebben aangevoeld. 

Beide mannen nemen een slok.

A

Het was weer kouder vanochtend. 

B

De grond zal wel weer harder worden. 

A

Stom eigenlijk. Dat de grond het hardst is als de meeste mensen doodgaan. 

B

Ik weet niet zeker of mensen het vaakst doodgaan in de winter. In de zomer gaan veel ouderen dood. 

A

Ook stom. Midzomer is graven het zwaarst. 

B

Sommige mensen denken dat de politiek het weer bestuurt.

Dat zou toch eens iets zijn. Als ik het weer kon besturen, zou het altijd lente zijn. 

B

Ze denken ook dat machthebbers met opzet natuurrampen veroorzaken. 

A

Hmm. Ik vraag me af waar dat punt ligt. Waar je eerst iets verzint om eeuwige lente te kunnen maken, om er vervolgens storm mee te scheppen. Mensen die hun baan als grafdelver ontstijgen om zelf in doden te gaan voorzien. 

B

Ik hoop niet dat ik er ooit terecht kom. 

A

Misschien komt dat punt als mensen niet meer bang zijn voor de dood. 

B

Zou kunnen. 

A

In dit geval zou ik maar oppassen voor je schoonvader. In het geval dat hij in zijn laatste dagen nog ineens machtswellustig wordt. 

B

(grinnikt) Ik hou het in de gaten. 

De mannen proosten nog eens. 

A

Rijmen we ook in andere talen?

B

Wat mij betreft prima. 

A

Sterben, dan. Sterben rijmt op Gerben. 

A grinnikt. Beide mannen nemen een slok.