Huub (een man van middelbare leeftijd) rijdt op een vouwfiets door een stortbui. Erik (idem) rijdt achter hem.
Erik
Huub! HUUB!
Huub vertraagt en probeert achter zich te kijken, maar zijn capuchon zit in de weg. Erik komt naast hem fietsen.
Erik
Wat een weertje, hè?
Huub
Nou!
Erik
Met zulke tegenwind voelt een woensdag toch gewoon als een maandag.
Huub
Zomaar terug de tijd in gewaaid.
Erik
Nou, hè! Ik was dus gisteren uit eten –
Huub
Oh, wat was de –
Erik
Dochter jarig. 17.
Huub
Gefeliciteerd! Pittige leeftijd.
Erik
Bij een nieuwe Italiaan. Heerlijke wijn!
Huub
Kater?
Erik
Nee hoor, ik ben zelf geen 17 meer, natuurlijk.
Huub
Wat heb je gegeten?
Erik
Linguine alle vongole.
Huub
Lekker! Mijn dochter is bijna 13.
Erik
Leuk! Niet leuk, maar wel leuk.
Huub
Precies!
Huub lacht bulderend. Een windvlaag, beide mannen komen even nauwelijks vooruit.
Erik
En, hoe is het met, met het beleid?
Huub
Goed! Voortvarend. Het doet dingen. Armoede, enzo. En met de, uhm, rechten?
Erik
Met de rechten gaat het prima, ja. Juridische zaken, ja. Geen problemen.
Huub
Gelukkig maar.
Donder.
Huub
Regenbroeken! Wat een uitvinding.
Erik
Zeker.
Huub
Anders zouden ze een kluisje moeten maken met pantalons, voor de verregende zielen onder ons. Zoals op de kleuterschool, voor de broekplassers. Haha!
Erik
Het grondwaterpeil fluctueert dus heel erg.
Huub
Goh. Interessant!
Erik
Ja. Verregaande gevolgen. Voor veel mensen, ook. En natuur.
Huub
Snap ik, ja! Dan hoop ik, niet voor mezelf maar ook voor de grond, dat het snel weer ophoudt.
Erik
Ja. Ik lees –
Huub
Laatst een boek! Zo goed. Echt goed. Ging over –
Erik
Vergadering toch? Vandaag? 14:00.
Huub
Klopt! Na de lunch.
Erik
Ik heb wel wat opmerkingen
Huub
Juridisch?
Erik
En algemeen. Beleid.
Huub
Fijn.
Opnieuw een flinke windvlaag.
Huub
Nog even! Morgen schijnt de zon weer.
Erik
Nou, ik zag dus –
Huub
Spreekwoordelijk.
Erik
Misschien.
Huub
Of vanmiddag.
Erik
Tijdens de vergadering.
Huub
Dan moet je misschien je punten tot volgende week bewaren. Dan moeten we het vieren.
Erik
Het is wel belangrijk. Dus, ja, nee.
Huub
Klopt. Nee.
Erik
Ja.
Huub
Het is wat, hè. Op onze fietsjes.
Erik
Ja. Praktisch, maar ook –
Huub
Niet altijd.
Erik
Maar we hebben het overleefd.
De mannen stappen af en dalen af naar de fietsenkelder.
Huub
Dat was nog eens een bui.
Erik
Is, zelfs. Maar niet in de kelder.
Huub
Nee, dat niet. Flink getrapt, dat wel! Poeh.
Erik
Ik ga vaak hardlopen, dus –
Huub
Ja, Erik. Dat heb je wel al eens gezegd.
Erik
Wablief?
Huub
En je bent het niet eens met het beleid.
Erik
Nou, Huub, dat –
Huub
Ja, dat ga je zeggen toch? Om 14:00. Nu zeg ik het, dan hebben we het alvast gehad, en dan kan ik vanmiddag gewoon in de zon gaan zitten.
Erik
Ik denk niet dat je begrijpt –
Huub
Dat is duidelijk. Tot vanmiddag!